Een loonwaardeonderzoek betekent dat er objectief wordt vastgesteld welk deel van het normale loon iemand kan “verdienen” op basis van de productiviteit die haalbaar is, gegeven de beperkingen door ziekte of een arbeidsbeperking. In spoor 2 helpt dit onderzoek om passend werk bij een andere werkgever realistisch te onderbouwen en om loonkosten en eventuele ondersteuning goed in te schatten. Het antwoord op “loonwaardeonderzoek wat is het en hoe werkt het” is dus: het is een meet- en beoordelingsproces dat arbeidscapaciteit vertaalt naar een loonwaardepercentage. In dit artikel lees je wanneer het zinvol is, hoe het verloopt en hoe je de uitkomst praktisch gebruikt in re-integratie tweede spoor.
In spoor 2 draait het om duurzame werkhervatting buiten de eigen organisatie wanneer terugkeer in het eigen werk of bij de eigen werkgever niet (meer) haalbaar is. Dan wil je snel helderheid: welk werk is passend, hoeveel uur is verantwoord en welke productiviteit is haalbaar? Een loonwaardeonderzoek is niet in elk dossier verplicht, maar kan wel het verschil maken tussen aannames en een onderbouwd plan.
Loonwaardeonderzoek wat is het en hoe werkt het, wordt pas echt relevant als er een concrete werksetting is of als je een realistische match met een functie wilt onderbouwen. In spoor 2 komt die vraag vaak op bij een proefplaatsing, een werkervaringsplek of wanneer een potentiële werkgever twijfelt over de inzetbaarheid. Een loonwaardebepaling maakt dan zichtbaar welk deel van de functie-inhoud en productienorm haalbaar is.
Ook bij twijfel over uren, tempo of taakcomplexiteit kan een loonwaardeonderzoek helpen. Het sluit aan op medische en functionele kaders, maar is nadrukkelijk géén medisch onderzoek. De medische basis komt bijvoorbeeld uit de beoordeling door de bedrijfsarts en uit instrumenten zoals de functionele mogelijkhedenlijst, waarin belastbaarheid wordt beschreven.
In de praktijk zie je loonwaardeonderzoek vaak terug in deze situaties:
Loonwaardeonderzoek wat is het en hoe werkt het, laat zich het best uitleggen als een combinatie van werkobservatie, taak- en normanalyse en een berekening naar een loonwaardepercentage. Een gecertificeerde of ervaren loonwaardedeskundige observeert het werk, bespreekt de functie-eisen en vergelijkt de gerealiseerde prestaties met wat in die functie als “normaal” geldt. Daarbij wordt ook gekeken naar kwaliteit, zelfstandigheid en het effect van begeleiding.
Het onderzoek start met een intake en dossiercheck. De deskundige wil weten welke beperkingen relevant zijn voor het werk (bijvoorbeeld belastbaarheid van schouders, prikkelverwerking of concentratie). Die informatie komt niet uit medische details, maar uit functionele afspraken en adviezen, vaak afgestemd met de bedrijfsarts in het tweede spoor. Daarna volgt een werkplekbezoek of een periode van praktijkmeting, afhankelijk van de methode.
Een gangbare opbouw van het proces is:
Belangrijk is dat loonwaarde geen “etiket” is voor iemands hele loopbaan. Het is een uitkomst in een specifieke functie, op een specifieke werkplek, met een bepaalde inrichting van het werk. Verander je takenpakket, hulpmiddelen of begeleiding, dan kan de loonwaarde ook veranderen.
Een loonwaardeonderzoek meet in essentie de verhouding tussen wat iemand feitelijk bijdraagt en wat een werknemer zonder beperkingen in dezelfde functie doorgaans bijdraagt. Dat gaat verder dan alleen “aantal stuks per uur”. In administratief werk kan het bijvoorbeeld gaan om verwerkingssnelheid, foutgevoeligheid en het vermogen om te schakelen tussen taken. In logistiek werk kan het juist draaien om tempo, tilbelasting, route-efficiëntie en veiligheid.
Loonwaardeonderzoek wat is het en hoe werkt het, wordt concreet wanneer je de bouwstenen benoemt die vaak worden meegewogen. De deskundige kijkt bijvoorbeeld naar zelfstandigheid (hoeveel aansturing is nodig), leerbaarheid (hoe snel pakt iemand nieuwe stappen op) en duurzaamheid (is het vol te houden zonder terugval). Daarmee voorkom je dat een momentopname te zwaar weegt.
Veel rapportages beschrijven de uitkomst met een percentage, maar onderbouwen dat met observaties en voorbeelden. Relevante meetpunten zijn vaak:
Een praktisch voorbeeld: iemand kan 4 uur per dag werken door verminderde belastbaarheid. Binnen die 4 uur ligt het tempo op 70% van de norm, met stabiele kwaliteit en beperkte begeleiding. Dan kan de loonwaarde in die functie uitkomen rond 70% voor die uren, terwijl de totale inzetbaarheid in uren ook beperkt is. Dat onderscheid helpt bij het maken van realistische afspraken over taken en loon.
Loonwaardeonderzoek wat is het en hoe werkt het, krijgt pas waarde als je de uitkomst vertaalt naar concrete re-integratiestappen. In een re-integratie tweede spoor traject kan het loonwaardepercentage richting geven aan functiekeuze, urenopbouw en aanpassingen op de werkvloer. Het helpt ook om gesprekken met een potentiële werkgever feitelijk te maken: welke taken passen, welke taken niet, en welke begeleiding is tijdelijk nodig.
Daarnaast kan een loonwaardeonderzoek helpen om het verschil tussen “passend werk” en “onrealistische functie-eisen” te onderbouwen. Passend werk betekent: werk dat aansluit bij de krachten en beperkingen, en dat in redelijkheid van de werknemer kan worden gevraagd. Als de loonwaarde laat zien dat een bepaalde functie alleen haalbaar is met structurele overbelasting of veel te zware normen, dan is dat een signaal om bij te sturen.
Concreet kun je de resultaten gebruiken voor:
Let op: UWV beoordeelt bij een WIA-aanvraag vooral de re-integratie-inspanningen en de medische/arbeidskundige kant binnen de wettelijke kaders. Een loonwaardeonderzoek kan ondersteunend zijn als onderbouwing van reële plaatsingskansen en passend werk, maar het vervangt geen UWV-beoordeling of verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
Loonwaardeonderzoek wat is het en hoe werkt het, raakt aan meerdere rollen in het re-integratieproces. De werkgever heeft op grond van de Wet verbetering poortwachter een inspanningsverplichting om re-integratie mogelijk te maken, inclusief spoor 2 als spoor 1 onvoldoende perspectief biedt. De werknemer heeft de plicht om mee te werken aan redelijke voorschriften en passende stappen richting werk.
De bedrijfsarts bewaakt de medische grenzen en adviseert over belastbaarheid, maar bepaalt niet de loonwaarde. Daarom is goede afstemming belangrijk: de loonwaardedeskundige kijkt naar functioneren in werk, terwijl de bedrijfsarts kaders geeft over wat verantwoord is. Bij twijfel over uren of tempo kan het advies over een medische urenbeperking doorslaggevend zijn voor de inrichting van het onderzoek.
Praktische aandachtspunten die vaak misgaan, en die je vooraf kunt voorkomen:
Wie het onderzoek betaalt, hangt meestal samen met het re-integratiekader en de afspraken in het dossier. In spoor 2 is het gebruikelijk dat de werkgever de re-integratiekosten draagt. De exacte invulling en keuze voor een uitvoerende partij sluit vaak aan bij de keuze voor een passend re-integratiebureau, zodat begeleiding en meting op elkaar aansluiten.
"Dankzij Care4Careers heb ik de juiste carrièrestap kunnen zetten. Hun persoonlijke aanpak en kennis van de regionale arbeidsmarkt maakten echt het verschil."
Hoofdkantoor
Care4Careers B.V.
2801 ND Gouda
Achter de Vismarkt 78
Sales & Post Office
Eigenhaardweg 8
7811 LR Emmen
De lokale vestigingen zijn in:
- Amsterdam
- Breda
- Eindhoven
- Emmen
- ’s Gravenhage
- Gouda
- Groningen
- Hengelo
- Leeuwarden
- Maastricht
- Nijmegen
- Rotterdam
- Utrecht
- Vlissingen
- Zwolle
Afspraak maken op een van onze vestigingen?
Neem contact op met ons hoofdkantoor.