De RIV-toets UWV re-integratieverslag betekent dat UWV beoordeelt of werkgever en werknemer tijdens de loondoorbetalingsperiode bij ziekte voldoende en tijdig aan re-integratie hebben gedaan. UWV kijkt daarbij naar het complete re-integratieverslag (RIV) dat wordt meegestuurd met de WIA-aanvraag. Als UWV tekortkomingen ziet, kan dat leiden tot een loonsanctie: langer loon doorbetalen en re-integreren. In dit artikel lees je wat UWV precies toetst, welke stukken zwaar wegen en hoe spoor 2 daarin terugkomt.
De RIV-toets UWV re-integratieverslag draait om één kernvraag: waren de re-integratie-inspanningen “voldoende” volgens de Wet verbetering poortwachter. UWV beoordeelt niet alleen óf er activiteiten zijn gedaan, maar vooral of ze logisch, tijdig en passend waren bij de belastbaarheid van de werknemer. Daarbij weegt UWV mee of keuzes goed zijn onderbouwd en vastgelegd.
RIV-toets UWV re-integratieverslag kijkt concreet naar de aanpak in spoor 1 (herstel en werkhervatting bij de eigen werkgever) én, als terugkeer niet haalbaar is, naar spoor 2: begeleiding naar werk bij een andere werkgever. UWV verwacht dat spoor 2 niet pas op het einde “erbij” wordt gedaan, maar tijdig wordt ingezet zodra duidelijk wordt dat structurele terugkeer in eigen werk niet realistisch is.
UWV toetst onder andere op deze punten:
RIV-toets UWV re-integratieverslag is dossiergedreven: wat niet in het dossier staat, telt in de praktijk vaak niet mee. UWV beoordeelt het re-integratieverslag als geheel, met vaste onderdelen zoals probleemanalyse, plan van aanpak, evaluaties en de eindevaluatie. Ook de actueel oordeel van de bedrijfsarts en het verslag van de re-integratieactiviteiten spelen een grote rol.
In spoor 2 is het extra belangrijk dat je de rode draad kunt volgen: waarom werd spoor 2 gestart, wat was het doel, welke acties zijn ingezet en wat leverde dat op. Een losse lijst met sollicitaties zonder context is meestal onvoldoende; UWV wil zien dat er gericht is gezocht binnen de mogelijkheden. Wie meer houvast wil bij de opbouw van stukken, heeft vaak baat bij een vaste aanpak voor een re-integratieverslag opstellen die aansluit op UWV-logica.
Let ook op de onderlinge consistentie. Als de bedrijfsarts bijvoorbeeld een urenbeperking adviseert, verwacht UWV dat het plan van aanpak en het spoor 2-zoekprofiel daarop aansluiten. Een arbeidsdeskundige onderbouwing kan helpen om keuzes te legitimeren; zeker wanneer functies binnen het eigen bedrijf niet passend blijken. In dat geval sluit een arbeidsdeskundig onderzoek vaak goed aan bij wat UWV wil terugzien.
RIV-toets UWV re-integratieverslag valt of staat in spoor 2 vaak met timing en onderbouwing. “Voldoende inspanning” betekent niet dat er per se een baan moet zijn gevonden, maar wel dat er aantoonbaar, planmatig en passend is gezocht. UWV verwacht dat je laat zien: welke richting is gekozen, waarom die richting realistisch is, en welke stappen zijn gezet om daar te komen.
Maak spoor 2 concreet. Beschrijf bijvoorbeeld het zoekprofiel (functierichtingen, werktijden, belastbaarheid, reistijd), de arbeidsmarktverkenning en de matching. Leg ook vast hoe je omgaat met afwijzingen: was een vacature echt niet passend, of ontbrak er een aanpassing die wél mogelijk was? Dit soort onderbouwing hoort thuis in een consistent dossier; daarom is het verstandig om structureel te werken aan het re-integratie dossier opbouwen in plaats van achteraf “stukken verzamelen”.
Een praktisch voorbeeld. Stel: een medewerker kan door fysieke beperkingen niet terug naar een logistieke functie. In spoor 1 is gekeken naar aangepast werk, maar er zijn geen structurele mogelijkheden. Dan start spoor 2 met een realistisch profiel, bijvoorbeeld administratieve ondersteuning of planning, met een opbouw in uren. Je documenteert: intake en belastbaarheid, keuze voor functierichting, training (bijvoorbeeld sollicitatievaardigheden), concrete benaderde vacatures, gesprekken, en waarom een proefplaatsing wel of niet passend was. Zo ziet UWV een logische lijn in inspanning en besluitvorming.
RIV-toets UWV re-integratieverslag kan leiden tot een loonsanctie als UWV vindt dat er zonder goede reden te weinig is gedaan. Zo’n loonsanctie betekent doorgaans dat de werkgever langer loon moet doorbetalen en extra re-integratie-inspanningen moet leveren. UWV kijkt daarbij of er een “deugdelijke grond” was: een goede, aantoonbare reden waarom iets niet kon of niet zinvol was.
Een klassieke valkuil in spoor 2 is te laat starten of te smal zoeken. Als het dossier laat zien dat terugkeer in eigen werk niet haalbaar was, maar spoor 2 pas laat op gang komt, dan kan UWV oordelen dat kansen onbenut zijn gebleven. Ook onduidelijkheid over rollen (wie doet wat, wanneer) of het ontbreken van evaluaties werkt tegen je. Een strak proces volgens het stappenplan Wet verbetering poortwachter helpt om die dossiergaten te voorkomen.
Als UWV tekortkomingen vaststelt, wordt vaak ook gekeken naar herstel: kun je het gebrek nog repareren met aanvullende acties? In sommige situaties kan dat, maar dan moet je snel en aantoonbaar bijsturen. Het is daarom relevant om te begrijpen hoe UWV sancties beoordeelt en welke dossierfouten vaak terugkomen bij een UWV-loonsanctie.
De kernboodschap: richt spoor 2 zo in dat UWV kan volgen dat je doelgericht werkt binnen de mogelijkheden van de werknemer. Dat kan binnen een professioneel re-integratie tweede spoor traject, zolang de aanpak tijdig is, goed onderbouwd blijft en zichtbaar aansluit op het totale re-integratieplan.
"Dankzij Care4Careers heb ik de juiste carrièrestap kunnen zetten. Hun persoonlijke aanpak en kennis van de regionale arbeidsmarkt maakten echt het verschil."
Hoofdkantoor
Care4Careers B.V.
2801 ND Gouda
Achter de Vismarkt 78
Sales & Post Office
Eigenhaardweg 8
7811 LR Emmen
De lokale vestigingen zijn in:
- Amsterdam
- Breda
- Eindhoven
- Emmen
- ’s Gravenhage
- Gouda
- Groningen
- Hengelo
- Leeuwarden
- Maastricht
- Nijmegen
- Rotterdam
- Utrecht
- Vlissingen
- Zwolle
Afspraak maken op een van onze vestigingen?
Neem contact op met ons hoofdkantoor.