Een ADO arbeidsdeskundig onderzoek helpt bepalen welke arbeid nog passend is als terugkeer in de eigen functie niet haalbaar lijkt. In re-integratie tweede spoor is de uitkomst vaak het kantelpunt: ga je nog zoeken naar passend werk intern (spoor 1) of start je gericht met spoor 2. Het onderzoek koppelt medische belastbaarheid aan werkmogelijkheden, zonder dat de arbeidsdeskundige medische diagnoses beoordeelt. Daardoor wordt het een praktisch adviesdocument voor werkgever en werknemer om keuzes te onderbouwen richting UWV.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek is in de praktijk een afkorting die organisaties gebruiken voor een arbeidsdeskundig onderzoek. De kern is steeds hetzelfde: een arbeidsdeskundige (specialist in de relatie tussen gezondheid en arbeid) beoordeelt of je je eigen werk nog kunt doen en, als dat niet kan, welk ander werk passend kan zijn. Daarbij kijkt de arbeidsdeskundige naar taken, werkomstandigheden, belasting (bijvoorbeeld tillen, concentratie, prikkels) en mogelijkheden voor aanpassingen.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek bouwt voort op informatie van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts geeft aan wat medisch gezien verantwoord is (belastbaarheid), vaak vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) of een vergelijkbaar belastbaarheidsprofiel. De arbeidsdeskundige vertaalt dat vervolgens naar de werkvloer: welke functies passen nog, onder welke voorwaarden, en is passend werk bij de eigen werkgever realistisch?
ADO arbeidsdeskundig onderzoek is dus geen “keuring” en ook geen besluit over loon of ontslag. Het is een deskundig advies dat onderdeel kan zijn van het re-integratiedossier volgens de Wet verbetering poortwachter. Wie de rollen en documenten scherp wil hebben, vindt in het stappenplan Wet verbetering poortwachter een helder overzicht van de vaste momenten en bewijslast.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek geeft vaak het meest concrete antwoord op de vraag: “Is er nog passend werk bij de eigen werkgever?” Als het advies laat zien dat structurele terugkeer in eigen of aangepast werk niet haalbaar is, dan wordt het starten van een spoor 2-traject meestal een logische vervolgstap. UWV verwacht dan dat je niet blijft hangen in vrijblijvende verkenningen, maar gericht stappen zet naar werk bij een andere werkgever.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek kan ook juist uitwijzen dat spoor 2 nog te vroeg is. Bijvoorbeeld als er wél mogelijkheden zijn in ander passend werk binnen de organisatie, maar er nog geen serieuze herplaatsingsinspanning is gedaan. Dan hoort de focus eerst bij spoor 1 te liggen: werk aanpassen, andere taken, tijdelijke plaatsing of scholing. Pas als die route aantoonbaar niet lukt of niet duurzaam is, verschuift de onderbouwing naar spoor 2.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek werkt in spoor 2 als richtingaanwijzer voor het zoekprofiel. Het advies kan bijvoorbeeld aangeven dat werk met veel deadlines, klantcontact of hoge prikkelbelasting niet passend is, terwijl gestructureerd werk met voorspelbare taken wel kan. Dat voorkomt een “schieten met hagel” in sollicitaties en maakt een traject met een re-integratiecoach aantoonbaar doelgerichter.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek is het meest bruikbaar als de feiten compleet zijn. Verzamel daarom vooraf documenten die laten zien wat je werk echt inhoudt, niet alleen wat er op papier staat. Denk aan een actuele functiebeschrijving, roosters, fysieke belasting (bijvoorbeeld lopen, staan, tillen), maar ook mentale belasting zoals multitasken of storingsdiensten. Daarmee kan de arbeidsdeskundige concreet toetsen of aanpassingen haalbaar zijn.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek vraagt ook om een helder verhaal over je herstel en grenzen. Dat is iets anders dan medische details delen: je beschrijft vooral wat je wel en niet kunt in werksituaties. Bijvoorbeeld: “Ik kan twee uur geconcentreerd werken, daarna neemt mijn foutkans toe” of “Ik kan niet langdurig boven schouderhoogte werken.” Wie zich hierop wil voorbereiden met een checklist aan do’s en don’ts, kan aansluiten bij arbeidsdeskundig onderzoek voorbereiden voor spoor 2.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek wordt sterker als werkgever en werknemer dezelfde basis gebruiken. Een veelvoorkomend knelpunt is dat de belastbaarheid nog niet scherp is vastgelegd. Vraag daarom of de bedrijfsarts werkt met een FML of vergelijkbaar overzicht, zodat de arbeidsdeskundige niet hoeft te gokken. Als je wilt begrijpen hoe zo’n FML wordt gebruikt, is Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een praktisch startpunt.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek kan een discussie depolariseren als je het vertaalt naar acties. Stel: een magazijnmedewerker valt uit met rugklachten. De bedrijfsarts geeft aan dat tillen en lang staan beperkt is, maar zittend werk in blokken wel kan. De arbeidsdeskundige concludeert dat de eigen functie niet passend is en dat er intern alleen tijdelijk licht werk beschikbaar is, zonder structurele plek. Dan is spoor 2 verdedigbaar, mits je dit zorgvuldig vastlegt.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek moet vervolgens zichtbaar worden in het Plan van aanpak en de evaluaties. Denk aan: zoekprofiel (bijvoorbeeld administratieve ondersteuning of planning), benodigde aanpassingen, opbouw in uren, en afspraken over scholing. Daarnaast moet duidelijk zijn dat intern herplaatsen serieus is onderzocht en waarom het niet duurzaam kan. Wie dit goed wil onderbouwen richting UWV, gebruikt dezelfde lijn als in een UWV-proof re-integratiedossier opbouwen.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek is in dit scenario ook een reality check voor tempo en belasting in spoor 2. Als “snelle volledige inzetbaarheid” niet realistisch is, dan past een traject met werkervaringsplekken of een geleidelijke opbouw beter dan meteen een fulltime sollicitatieplicht. Dat voorkomt dat het traject later vastloopt. Mocht het ondanks inspanningen toch niet lukken, dan helpt het om te weten wat er speelt bij re-integratie tweede spoor dat mislukt.
ADO arbeidsdeskundig onderzoek levert de meeste waarde als je het ziet als stuurdocument: niet als oordeel, maar als basis voor keuzes en bewijs. In spoor 2 gaat het daarna om consequent uitvoeren, evalueren en vastleggen, zodat de route naar passend werk ook richting UWV logisch en navolgbaar blijft.
"Dankzij Care4Careers heb ik de juiste carrièrestap kunnen zetten. Hun persoonlijke aanpak en kennis van de regionale arbeidsmarkt maakten echt het verschil."
Hoofdkantoor
Care4Careers B.V.
2801 ND Gouda
Achter de Vismarkt 78
Sales & Post Office
Eigenhaardweg 8
7811 LR Emmen
De lokale vestigingen zijn in:
- Amsterdam
- Breda
- Eindhoven
- Emmen
- ’s Gravenhage
- Gouda
- Groningen
- Hengelo
- Leeuwarden
- Maastricht
- Nijmegen
- Rotterdam
- Utrecht
- Vlissingen
- Zwolle
Afspraak maken op een van onze vestigingen?
Neem contact op met ons hoofdkantoor.