Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek zijn komt vaker voor dan je denkt, zeker als de uitkomst grote gevolgen heeft voor je werk en je re-integratie tweede spoor. Het gaat dan meestal om vragen als: klopt de belastbaarheid, zijn passende functies goed bekeken, en is spoor 2 terecht ingezet? Je hoeft een conclusie niet zomaar te accepteren, maar je hebt wél een zorgvuldige route nodig om je bezwaar inhoudelijk en dossiermatig sterk te maken. Met de juiste stappen voorkom je misverstanden, vertraging en onnodige spanning in het re-integratietraject.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek is zelden een discussie over één zin in het rapport. Meestal gaat het om de vertaalslag van medische beperkingen naar werkmogelijkheden: wat kun je nog, onder welke voorwaarden, en wat is binnen de organisatie realistisch? In spoor 2 (re-integratie bij een andere werkgever) kan zo’n conclusie versnellen of juist blokkeren, omdat het bepaalt of terugkeer in eigen werk of aangepast werk nog kansrijk is.
Het arbeidsdeskundig onderzoek staat niet op zichzelf. De arbeidsdeskundige baseert zich onder meer op de probleemanalyse van de bedrijfsarts en vaak op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), een overzicht van belastbaarheid per onderdeel (zoals tillen, concentreren, werktijden). Als die input onvolledig of verouderd is, kan de uitkomst scheef trekken. Daarom loont het om eerst te achterhalen wáár het verschil van inzicht precies zit.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek kan ook voortkomen uit een verschil in interpretatie van “passend werk”. Passend werk is werk dat aansluit bij je krachten en beperkingen, rekening houdend met opleiding, ervaring en het niveau van functioneren, en met redelijke aanpassingen. In de praktijk ontstaat discussie als functies te zwaar worden ingeschat, of als functies juist te snel als “niet passend” worden afgeschreven zonder serieuze onderbouwing.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek? Begin dan met het controleren van de bouwstenen. Een arbeidsdeskundig rapport is zo sterk als de onderliggende gegevens: de medische duiding (bedrijfsarts), de concrete functiebelasting (wat vraagt het werk écht) en de vastlegging van gesprekken en observaties. Als één van die onderdelen rammelt, is het logisch dat de conclusie niet aansluit.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek kan bijvoorbeeld ontstaan doordat de functiebelasting te globaal is beschreven. “Administratief werk” kan variëren van rustig invoerwerk tot deadlines, veel telefoondruk en complexe dossiers. Vraag daarom om een duidelijke beschrijving van de kerntaken, piekbelasting, werktijden, prikkels en fysieke belasting. Die details maken het verschil bij de match met je belastbaarheid.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek komt ook voor als de FML ontbreekt of niet actueel is. De FML wordt vaak door een (verzekerings)arts gebruikt om beperkingen systematisch vast te leggen; in verzuim kan de bedrijfsarts vergelijkbare beperkingen beschrijven. Als jouw beperkingen inmiddels zijn veranderd, kan een herbeoordeling nodig zijn voordat arbeidskundige conclusies opnieuw kloppen. Een praktische verdieping hierover staat bij de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) in spoor 2.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek betekent niet dat je het onderzoek moet weigeren of het proces moet laten escaleren. In de Wet verbetering poortwachter ligt de nadruk op samenwerking en op een deugdelijk re-integratiedossier. Een inhoudelijk goed onderbouwde reactie werkt vaak beter dan een principiële afwijzing, omdat je daarmee het dossier versterkt en de kans op bijsturing vergroot.
Begin met het opvragen van het volledige rapport en de bijlagen, en vraag om correctie van feitelijke onjuistheden. Denk aan verkeerde functietitel, foutieve werktijden, gemiste taken of een onjuiste beschrijving van je opleiding en ervaring. Feiten corrigeren is geen “meningsverschil”; het is noodzakelijk om de basis op orde te krijgen.
Vervolgens kun je een schriftelijke reactie (zienswijze) geven op conclusies waarmee je het oneens bent. Houd die reactie concreet: verwijs naar passages, leg uit wat er ontbreekt, en koppel dit aan je belastbaarheid en de functie-eisen. Als de discussie vooral medisch is, hoort die bij de bedrijfsarts; als de discussie gaat over werkbelasting en mogelijkheden, hoort die bij de arbeidsdeskundige. Het helpt om het proces en de vereisten van dossieropbouw scherp te hebben, zoals uitgewerkt in een UWV-proof re-integratiedossier opbouwen.
Als je er samen niet uitkomt, zijn er opties zoals een second opinion of een deskundigenoordeel bij UWV. Een deskundigenoordeel is een beoordeling door UWV over een re-integratievraag, bijvoorbeeld of aangeboden werk passend is of of inspanningen voldoende zijn. Dat kan richting geven zonder dat je direct in een juridisch conflict belandt.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek zie je vaak bij klachten met een grillig verloop, zoals long covid, migraine, burn-out of chronische pijn. De arbeidsdeskundige kan dan uitgaan van een “gemiddelde dag”, terwijl jij juist last hebt van schommelingen en terugval na belasting. Als dat niet expliciet is meegenomen, kan een advies over urenopbouw of functie-inhoud te optimistisch zijn.
Een tweede veelvoorkomend voorbeeld gaat over reistijd en prikkelbelasting. Stel dat je beperkt bent in energie en concentratie, en het rapport adviseert werk buiten de organisatie met veel reistijd en een open kantoortuin. Arbeidskundig kan dat onlogisch zijn als er niet is gekeken naar randvoorwaarden zoals thuiswerkmogelijkheden, rustige werkplekken of aangepaste roosters. Dan helpt het om randvoorwaarden expliciet te maken en te laten vastleggen in het Plan van Aanpak.
Ook bij fysiek belastend werk ontstaan discussies. Denk aan een magazijnmedewerker waarbij de functiebelasting in het rapport te licht is beschreven (“incidenteel tillen”), terwijl in werkelijkheid dagelijks dozen van 10–15 kilo worden verplaatst. Met een betere functiebeschrijving, eventueel aangevuld met observatie op de werkvloer, kan de match met de belastbaarheid opnieuw worden beoordeeld.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek raakt direct aan de vraag of spoor 2 passend en tijdig wordt ingezet. Werkgever en werknemer hebben re-integratieverplichtingen; UWV beoordeelt bij een WIA-aanvraag of er voldoende inspanningen zijn geleverd. Als het rapport de basis vormt voor de keuze richting spoor 2, wil je dat de onderbouwing klopt en dat alternatieven in spoor 1 aantoonbaar zijn onderzocht.
Timing speelt hierbij een grote rol. Soms wordt spoor 2 gestart terwijl er nog reële mogelijkheden zijn binnen de eigen organisatie, bijvoorbeeld met aanpassingen of ander passend werk. In andere situaties wordt spoor 2 juist te laat opgestart, waardoor er weinig tijd overblijft om duurzaam werk te vinden. Een helder overzicht van startmomenten en doorlooptijd vind je bij het startmoment van re-integratie tweede spoor en de duur van een tweede spoor traject.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek kan daarnaast impact hebben op de haalbaarheid van het traject. Als doelen te ambitieus zijn, kan het traject “te zwaar” voelen en kan motivatie of belastbaarheid onder druk komen te staan. Dan is bijsturen verstandig, bijvoorbeeld door het zoekprofiel te versmallen, meer rust in te bouwen of eerst arbeidsmarktoriëntatie te doen. Bij die afwegingen helpt het om de risico’s te kennen van een verkeerde inzet, zoals beschreven bij risico’s van een verkeerd ingezet tweede spoor traject.
Tot slot: dossierkwaliteit is bepalend. UWV kijkt niet alleen naar de uitkomst, maar naar het proces: zijn stappen gezet, zijn keuzes onderbouwd, zijn evaluaties vastgelegd? Een arbeidsdeskundig rapport waarover discussie bestaat, hoeft geen probleem te zijn zolang je laat zien dat je zorgvuldig hebt gehandeld, actief hebt gereageerd en passende vervolgstappen hebt gekozen.
Niet eens met arbeidsdeskundig onderzoek kan emotioneel beladen zijn, zeker als je je niet gezien voelt. Toch werkt het averechts als het conflict persoonlijk wordt of als communicatie alleen nog via verwijten loopt. In re-integratie draait veel om aantoonbare redelijkheid en samenwerking; dat weegt ook mee in hoe UWV het proces beoordeelt.
Een grote valkuil is het (impliciet) stilvallen van medewerking. Niet verschijnen op gesprekken, geen informatie delen of opdrachten negeren kan door de werkgever worden gezien als onvoldoende meewerken, met mogelijke loonmaatregelen tot gevolg. Als je twijfelt over grenzen en verplichtingen, is het verstandig om het verschil te kennen tussen “weigeren” en “inhoudelijk betwisten”, zoals uitgelegd bij wat wel en niet kan bij het weigeren van een arbeidsdeskundig onderzoek.
Een andere valkuil is dat partijen blijven discussiëren zonder de juiste expert aan tafel. Medische duiding hoort bij de bedrijfsarts; arbeidskundige vertaling bij de arbeidsdeskundige; procesregie vaak bij HR of een casemanager verzuim. Duidelijke rolverdeling voorkomt dat je rondjes blijft draaien, zoals je ook ziet in de praktijk van casemanagement bij verzuim.
Wie de bredere context van het arbeidsdeskundig onderzoek in spoor 2 wil begrijpen, kan zich verdiepen in arbeidsdeskundig onderzoek bij re-integratie tweede spoor en in hoe een spoor 2 traject is opgebouwd.
"Dankzij Care4Careers heb ik de juiste carrièrestap kunnen zetten. Hun persoonlijke aanpak en kennis van de regionale arbeidsmarkt maakten echt het verschil."
Hoofdkantoor
Care4Careers B.V.
2801 ND Gouda
Achter de Vismarkt 78
Sales & Post Office
Eigenhaardweg 8
7811 LR Emmen
De lokale vestigingen zijn in:
- Amsterdam
- Breda
- Eindhoven
- Emmen
- ’s Gravenhage
- Gouda
- Groningen
- Hengelo
- Leeuwarden
- Maastricht
- Nijmegen
- Rotterdam
- Utrecht
- Vlissingen
- Zwolle
Afspraak maken op een van onze vestigingen?
Neem contact op met ons hoofdkantoor.